dinsdag 12 februari 2013

Overpeinzingen van een vuilnisman


Zo hij daar eindeloos
Gevulde zakken
Met een rotgang
In de wagen gooit

Hoe hij
Met opgestroopte mouwen
Het vuilnis
Uit onze levens
Voorgoed verwijdert

Hij slaat zijn ogen op
En ziet daar voor het raam
Een dame staan
Die heel bedeesd
Zich niet bedenkt
Maar met een tergend langzaam
Schoon gebaar

Haar haren uit haar ogen aait
En zachtjes in zichzelf praat
En denkt

Wat als mijn man
Zulke spieren had
En met zo'n zelfde mooie zwaai
Ons afval uit ons leven haalt
En vertelt dat alles
Alles altijd goed komt

Zo liefdevol en speels
Dat tedere moment
Waarop hij zwijgend naar haar lacht
En op haar reactie wacht

Ze knippert lichtjes met haar ogen
En slaat daarna haar wimpers neer
Ze steekt haar hand op

Van die paar meter daar benee
Ziet de vuilnisman gedwee
Dat zij haar hand ophoudt
En zucht

Een goudgele kwinkeling
Houdt haar vinger vast
Ze is getrouwd, verzucht hij
En vertrekt
Met hangend hoofd

2 opmerkingen: